Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
heid strekken moet. Wat het Fransch betreft, men kan re-
kenen, dat het, behalve uit al het Latyn en Grieksch, waar
het van overvloeit, voor een aanmerkelyk gedeelte uit oud-
duitsche (hoog- en nederdultsche) woorden bestaat. Zoo zijn
b.v. de woorden auberge, arrêter, battre, alte o^halte, grappe,
angoisse, brèche, blanc, boite, boutique, cloche, crier, canif,
épero7i, garder, gros, grosse, foide, toucher, vague^ soupe, ma'
rêchal, pour, maint, laisser, marque, mignon, jardin, hardi,
guirlande, estafier, besace, bouc, bout, bague, attaquer, mutin,
mutiner, payer, laquais, dépit^ bize, guêpe, grimace, marais,^
cauchemar, carotte, coefje, huis, g roi te, épingle, émail, boussole,,
lécher, massue, clo^nn enz. allen van oud-duitschen oorsprong,
en denkelijk in het Fransch geslopen, toen de nederduitsche
volksstam der Franken zich van Frankrijk meester maakte. —
Auberge, iu het midden-eeuwsch-Latijn //erefcer^a, is het oud-
duitsche heirherg, en oorspronkelijk eene bergplaats voor eene
trekkende heer- of leger-bende; arrêter (in het Italiaansch
arrestare) is eigenlijk tot rust, tot stilstand brengen, van ons
rusten, ook wel rasten, resten, ruhen, geschreven; battre is
van het oud-duitsche zeer bekende halten, d.i. slaan; alteh
ons houd op, in het Hoogduitsch haft, halt auf (gelijk de
Hoogduitschers, naar den aard van hun dialect, kalt, wald,
gold enz. voor ons koud, vjoud, goud zeggen) ; grappe is greep
van grijpen enz. enz. Wy kunnen dit hier niet breeder uit-
leggen. — Aan vele dergelijke woorden hebben echter de Fran-
schen, door voorvoeging van de letter een fransch kleurtje
weten te geven, waardoor zij eene geheel andere gedaante
hebben gekregen. B.v. étoffe (in het vroeger Fransch e-jj/o^e)
van ons stof ; é-tandart (oudtyds e-standart) vaa ons standaard,
dat van staan, in den grond zetten, komt; é-taUe van stal;
é-tonner van het hoogd. staunen (d. i. verbaasd zijn). En zoo
zijn écurie, écrevisse, écrin, épée, escalin, écaille, est^'opier,
éclat, écorccs esclave, étaler, échec, écrouer, s'écrier, écot, écume,
épargne, épervier, éplucher, épreuve, escarpé, écharpe, escrimer,
espion, esquif, esquisse, die allen met eene s na de e oudtijds
geschreven werden en sommigen nog worden, van ons sc'ïiM/r,.