Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
iners reeds hetzelfde als evenvjel echter, en gelijk heeft, op
enkele uitzonderingen na, door het gebruik i-eeds de betee-
kenis van gelijk ah enz. Zoo dient men zich ook te onthou-
den van daar ter plaatse woorden te herhalen, waar zulke
herhalingen niet gevorderd worden, en in den grond ner-
gens anders toe dienen, dan om den schrijver lui en loom
op het pad des stijls voort te doen drentelen, en hem tien
schreden te laten maken, waar hij het in vijt zoude kunnen
afdoen. Van dit eene en andere is onze in sommige opzich-
ten door niemand ooit overtroflene, ja, door niemand zelfs
geëvenaarde cats niet geheel vrij te pleiten. Met dat al is
zijne breedheid (mag ik ze zoo eens noemen) van stijl zóó
natuurlijk, en in zynsi mond zóó aanvallig en naïef, zijne
overtollige woorden (vocabula otiosa) vloeijen hem zoo onge-
dwongen uit de pen; de letterkundige spijze, die hij ons
opdischt, heeft, ofschoon wat waterachtig gestoofd, zoo-
veel aanlokkelijks voor elke gezonde ziel, dat men hem die
kleine feilen gaarne vergeven wil, ja, hem somtyds zelfs
niet eens eene meerdere stevigheid en zenuwrijkheid vau
stijl zoude toewenschen, uit vreeze, dat daarmede 's mans
eenvoudigheid, ongekunsteldheid en liefelijke zoetvloeijend-
heid verdwijnen mochten. De verdere beschouwing echter
van deze en soortgelijke onderwerpen behoort in de leer
der hoogere welsprekendheid, waarover in onze andere voor-
lezingen gehandeld wordt. Ik zal echter, aan het slot dezer
§, nog een rijmpje van cats plaatsen, dat, evenals duizend
anderen, ten bewijze van hetgene ik over dien voortreffe-
lijken man gezegd heb, strekken kan. — Op de spreuk:
Springht niet verder als u stock lang is, zingt hij :
Vrient ' die hier staet aen dese sloot,
My dunckt, sy is u wat te groot ;
Al eer gy dan u sprongh begint ,
Soo 'inaeckl , dat gy u wel versint ;
Soo maeckt, dat gy de gronden weet;
Soo maeckt , dat gy het water meel;