Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
§ 146.
Op verschillende wijzen kan de samenhang in een' zin ver-
nietigd worden, als b.v. door de opeenstapeling van te spoe-
dig elkander afwisselende denkbeelden, door het gemis van
één of meer leden, door het verkeerde gebruik van het eene
of andere voornaamwoord ol soortgelijk rededeel, door de ver-
binding van denkbeelden, die met elkander geenerlei gemeen-
schap hebben enz. enz.; van welke, en van meer dergelijke
feilen wij in onze Kakographie voorbeelden opgaven.
§ 151.
De vermenging van geheel vreemdsoortige denkbeelden kan
ook zelfs korte zinnen ontsieren. Meer gevaar loopt men ech-
ter hiervan — zooals vanzelf spreekt — in den periodischen
stijl, dat is, in dien van zeer lange zinnen. Reeds toch de
onmatige lengte op zich zelve van een' zin kan den samen-
hang vernietigen, en den lezer buiten staat stellen, om den
loop der denkbeelden geregeld te volgen; weshalve men zich
voor al te lange volzinnen of perioden wachten moet. Zoo
is, mijns bedunkens, de volgende periode uit brandt tot af-
mattens toe gerekt, hoezeer ik het hier en daar welluidende
daarin in andere opzichten niet loochenen wil. Cornelis
pieterszoon hooft, Burgemeester van Amsterdam, voert on-
der anderen bij hem deze taal: Tot de regeering beroepen, een
saek my niet qelykende , heb ik van de noodt een deugt mae-
kende , mijn kleen pondt voel soeken aen te leggen , mijne beson-
dere saeken en de vordering van mijn eigen huis ter syde stel-
lende , ook middelen, om groot voordeel te doen, verlaetende,
alleen om mijn gemoedt in 't bedienen van Stadls saeken beter te
voldoen, my selven ten deelen verteerende, om my te beter tot de
gemeene saeke te mogen besteden , inzonderheid verhopende, dat
ik, soo doende ook iet sou mogen hybrengen tot afweering van
't Spaensche jok ; opdat men moghte bejaegen 't einde der Holland-
sche waepenen, naemelyek, dat men nevens de versekertheit van de