Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
kunnen echter in dit handboek hierover in geen verder
onderzoek treden.
§ 145.
De volzinnen of perioden kunnen uit verschillende soorten
van zinsneden of zinleden bestaan, welke door werkwoorden,,
betrekkelijke voornaamwoorden (pronomina relativa) en voeg-
woorden of eonjunctiën, met elkander vereenigd worden. De
laatstgemelde eonjunctiën zijn, volgens onzen weiland en de
overige taalkenners, verbindend, verklarend, redengevend,,
tegenstelling aanwijzend, voorwaardelijk enz. enz. In het
volgende zinrijke en door ieder jong mensch te lezen ert
herlezen puntdicht van huygens, getiteld:
Matigheid.
En overaest u niet in d' een of d' ander vreughd
Selfs in uw groenste jeugd !
De lust gaet in 't vol op, en daer volght sijn dood naer;
Keert om de keers, die brandt, 't vet, dat haer vnedet, doodt haer^
verbindt de conjunctie en de tweede zinsnede van den derden,
regel met de eerste. In een ander voortreffelijk puntdicht
van denzelfden dichter, luidende:
'< Schoon aensicht van de deughd hebt altijd voor uw' oogen f
Voor d' oogen van uw' gee.%t; — want ver is hy bedrogen ^
Die s' in de wereld meent te vinden sonder vleck.
Al ons volmaecktste doen. is rondom vol gebreck ;
En 't menschelicke vroom in 't schoonste van sijn wezen
En is maer, wat min boos, als andere, te wesen.
is want een redengevend voegwoord, dat in den tweeden regel
de tweede zinsnede met de eerste vereenigt.
Het is niet noodig, hier dit eene en andere verder uit
te breiden.