Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
^igen, onverschrokken en edelaardigen geest, die daarin
op vele plaatsen uitblinkt, onze ziel met geestdrift ver-
vullen, en tot een gevoel van bewondering en warme
hulde dwingen kan. Hoe fraai en dichterlijk zijn b.v. de
volgende verzen, waarin men alleen misschien een enkel
woord wat minder herhaald zoude wenschen. Jonge lieden
mogen zich hier met de herlezing er van, in het voorbijgaan,
verlustigen. Wij gelooven toch, op het voetspoor der Ouden,
dat niets meer in staat is, om de jeugd voor de welspre-
kendheid te vormen, dan plaatsen uit goede dichters, en dat
men haar evenveel moet trachten te onderwazen, door haar
op het fraaye opmerkzaam te maken, als door haar tegen
het gebrekkige te waarschuwen.
Verbeelding ! toover mij in de eeuwen , die ve^^vlogen ,
ija , gij verhoort mei 'kvoel aan 't heden mij onttogen)
^k Leef in der vadren tijd! — Een vloot daagt uit den vloed t
Een wolk van zielen stroomt de schepen te gemoet!
Ik hoor het zegelied ! Ik hoor den vlootling schatren ,
En 7 dondren van H kanon, dat dreunt langs 't vtak der watren l
De Nederlandsche vlag , fier op haar zegepraal,
Golft onverlet en vrij , hij H huldren van H metaal.
Een sleep van kielen volgt, ontredderd en doorschoteri ,
Met neèrgerukte vlag, een' buit op 'svijands vloten.
^k Zie d'overwinnaar! Ja, de Ruiter stapt aayx land!
Hij klemt een' waterstaf in zijn gevreesde hand.
Vier dagen streed 's lands held om de oppermagt der golven ;
Vier dagen was de zee in rook en vlam bedolven ;
Vier dagen beefde de aarde en zee van 't krijgsgerucht :
Ja , H scheen , dat de Etna , aan Sicieljes strand ontvlugt,
En vlottende op de zee, zijn sulfervlammen slaakte,
En stroomen vloeibaar vuur uit zijnen afgrond braakte ;
Maar uit die hel van vuur, dien schrikhren zwavelgloed ,
Rees JSeêrlands waterleeuw met onverzwakten moed.
De zee, door Ruiters arm ontslagen van haar boeijen ,
Scheen meerder kalm en zacht naar Hollands strand te vloeijen ;