Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
Nog eenige vragen voor jonge lieden over de bovenstaande § §.
1) Draagt onze taal nog niet verschillende sporen van Latinismen,
en heeft over het algemeen het Latijn, wat woorduitgangen, woorden,
grammaticale vormen enz. betreft, geen' grooten invloed op haar uit-
geoefend ?
2) Wat zoude men Gallicismen kunnen noemen, en wat valt in het
algemeen aan te merken ter beantwoording der vraig: in welke op-
zichten heeft het Fransch tot de vorming en wijziging van het Neder-
landsch toegebracht ? Welke achtervoegselen, welke woorden, welke
eigenaardigheden in onzen stijl hebben wij aan 't Fransch te danken ?
3) Hoe moet de zin vol Germanismen, in §126 aangehaald, in goed
Hollandsch luiden ?
4) Wat bewijzen de schijnbare Germanismen bij onze vroegere
schrijvers, en vindt men ze ook in onze allervroegste? Is het geoor-
loofd, soortgelijke Gei manismen, op gezag der gezegde schrijvers, in
den stijl te bezigen ? Treft men niet vele hoogduitsch schijnende
woorden en vormen in onzen Statenbijbel aan ?
5) Wat zijn eigenlijk provincialismen? Waarom zijn zij verwerpe-
• lijk? W^aarschuwen de Ouden ook daartegen? In hoever kan de be-
schaafde schrijftaal uit provinciale tongvallen verrijkt worden?
6) Wanneer kan men een woord als verouderd beschouwen ? Hoe
/ verouderen van lieverlede vele woorden? Waarom verouderen zij?
Welke woorden en woordvoegingen zijn het lichtst aan veroudering
onderhevig? Verouderen ook somtijds nuttige en bruikbare woorden ?
In hoever kunnen verouderde woorden weder in zwang gebracht wor-
den ? Zijn er ook slechts schijnbaar verouderde woorden? Bij wien
zijn een aantal van zoodanige woorden aan te treffen ?
7) Welke woorden mist men al zoo in het Hoogduitsch, waarvoor
wij goede uitdrukkingen bezitten?
8) Welke nieuwe woorden kan en mag men vormen ? Van hoe
velerlei soort zijn nieuwe woorden? Wat moet men bij hunne vor-
ming in acht nemen? Kan men ook tegenwoordig nog geheel nieuwe
wortelwoorden maken ? Welke regelen gelden voor afgeleide, welke
voor samengestelde nieuwe woorden?
9) Aan wien is onze taal- en letterkunde bijzonder veel verschul-
digd, wat hare zuivering van uitheemsche en bastaardwoorden aan-
gaat? — Zijn woorden met bastaarduitgangen ook bastaardwoorden?
Welke zijn die uitgangen of achtervoegselen? Wat werkt, behalve
het veranderen der beteekenissen van sommige woorden, al meer er
toe mede, om den stijl onzer vroegere schrijvers soms een onhebbelijk