Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
zal immers niet met huygens het gezegde woord van de woor-
den: nood daar is, willen afleiden. De geestige man, name-
lijk, zingt, kortsw^lig, en op de testamenten, die door de
Notarissen geschreven werden, zinspelende:
Notaris.
Oud Boomen doopte my, naer ick verstae, Notaris;
Maer, landliên, gaet u niet soo verr' ten einden aêm l
Wat dunckt u, raeckt ick niet ten deelen aen den naem^
Omdat ick meestendeel gehaelt werd, als noot daeh is?
Soortgelijke woorden nu, als daar verder zijn: secretaris, pre-
sident, kapitein, procureur en duizend andere, komen in een*
hoogst deftigen en statigen stijl niet te pas. Men trachte ze
dan of te vertalen, of te omschrijven. Nog meer, en ook teu
aanzien van een min deftigen schryftrant, geldt zulks van die
geheel nuttelooze bastaardsoorten, welke in vroeger dagen, en
vóór dat men dit gespuis uit het gebied der dichtkunst en
welsprekendheid verdreven had, geheel dat gebied overstroom-
den, en, als even zoovele vreemde verderfelijke planten, der
ontkieming en den groei des goeden zaads op onzen taaiakker
overal in den weg stonden. ïoen toch, (het was in de zes-
tiende eeuw), zong een johan baptista houwaert, die waar-
lijk door eene dergelijke barbaarschheid de assche van den
zoo taalzuiveren maerlant en melis stoke in haar* doodslaap
stoorde; toen, zeg ik, zong een huuwaert de volgende brab-
beltaal, die men bij mijn' geachten ambtgenoot, den Hoog-
leeraar YPEïJ, aangehaald kan vinden :
Nu ghepresupponeert, dat jemant is eloquent
En dat hy inder Rhetoryeke is excellent,
Dat hy Philosophelijck can argumenteren.
Dat hy de harmonye der Musijcken kent.
Mitsgaders den loop weet van 7 firmament.
En dat hy alle hantwercken can useren ;
Dat hy de republijcke weet te regeren.
Dat hy kennis heeft van de Nigromancye,