Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
schroomvalligheid afschrikken, om, zoo gij, als schrijver,
eenige bevoegdheid en naam bezit, de taal met gepaste nieuwe
woorden te verrijken ! Bereken echter altijd, of uw nieuw
woord wel zoodanig zij, en daar ter plaatse gebezigd worde,
dat, en waar het genade in de oogen uwer lezers vinden kan ;
en wees met het bezigen van nieuwe uitdrukkingen het meest
op uwe hoede, als gij nog jong zijt, en in de geleerde wereld
geen gezag hebt. Menigeen heeft, door het laatste in dit en
in vele andere gevallen niet in het oog te houden, met de
voortbrengselen van zijn' geest op eene jammerlijke wijze
schipbreuk geleden, fien' bilderdijk is veel geoorloofd, dat
aan de heeren studenten A, B, C, D enz. niet vrijstaat.
Om voor jongelieden ernst met jok een weinig af te wis-
selen, zullen wij hier een boertig puntdichtje van nuYGENS
laten volgen, dat meer of min met het in deze § § behandelde
onderwerp in verband staat:
Dirck hoorde lelter-liên, die mei den und'ren spraken
Van niewe woorden in hoer moedertael te maken.
En seid', eij, seheit er uyt! het is een sol bedrijf,
Daer mé ghy hesigh zijt! Dat siveer ick by mijn wijf
Haer toomeloose tongh. — Die maeckt wel soo veel woorden,
Ghy socht er niet één nieuw te maken, als ghy 't hoorden.
Met den anderen is met elkander, In het Hoogduitsch einander.
§ 129.
Geheel uitheemsche woorden komen in een' statigen en def-
tigen stijl niet te pas. Zij zijn toch niet alleen voor sommi-
gen onverstaanbaar, maar geven daarenboven aan een opstel
het voorkomen van een' lappe-deken, die van allerlei bonte
kleuren en krullen schittert. Wij zeggen echter met nadruk:
in een" deftigen stijl, b.v. in dien eener plechtige redevoering,
of van een ander dergelijk stuk van welsprekendheid of dicht-
kunst. Is de schrijftrant meer eenvoudig, en heeft hij tot we-
tenschappelijke onderwerpen betrekking, dan is eene grootere
vrijheid in dezen te vergunnen. Soms zelfs kan het bezigen
ii. 4