Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Indien dit bosje klappen kon,
Wat melde H al vrijaadje!
Vrijaadje? neen! Vrijaadje? jaa!
Vrijaadje zonder meenen.
Van hondert harders (is 't niet scHAii ?)
Vindtm' er getrouw niet eenen.
Wij zouden het hoogduitsche Lezerin voor lezeres, met het
§ 56 aangehaalde puntdicht des heeren van Zuylichem kunnen
bekrachtigen. Wij zouden, als wij zeiden: de wijn wil mij^
heden middag, maar volstrekt niet monden, dat is, niet smaken,
{der Wein xoill mir heute Mittag ganz und gar nicht munden)
ons op huygens kuunen beroepen, die zingt:
Pieters Smaeck.
Ick vraeghde Pieter lest,
Wat wijn hy 't liefste dronck: 'ck soud' er hem af doen schencken ;
Heer, seid^ hy, sonder dencken :
Wijn, die my niet en kost, mondt my gemeenlick best,
Met welk monden men dat andere '/wonden niet verwarren moet,
hetwelk in het volgende puntdicht van denzelfden Dichter
voorkomt:
Aen Agniet,
Stondt my een tale vry, die Holland noyt en hoorden,
lek seid^ in niewe, maar seer duydelicke woorden:
Ghy mondt my niet, Agniet l
Noch ooght^ noch oort my niet.
Hier toch wil de geestige Man, al schertsende zeggen: uw
mond behaagt my evenmin, als uwe ooren en oogen.
Wij zouden indiervoege al verder redelijkheid voor braafheid
en eerlijkheid; leesten in den zin van bewijzen, betoonen, (hoog-
duitsch Einem einen Dienst leisten); zwindelen schwin-
dein) voor duizelen, duizelig worden-, laster (boogd. Laster)'