Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
vaart stekken gebleven, hadde hem de paragoge niet uit
den nood gered:
Van Dircks Dochter.
Dirck, die sijn dochter soekt te venten,
Gelijckt haer by de lieve lentes
hl 't bloeyen van haer jonge jeugd.
Of die gelijckenis veel deughl.
Late ick den kundigen bevolen.
My dunckt, Monpeer en sou niet dolmi,
Geleeck hy liever haer gedaeni'
By d' allerschoonste herfstE-maend.
Soo vruchtbaer, seggen stoute monden,
Heeft s'yemand by geval bevonden.
In deze dichtregelen staat lentevi voor lente, en herfstE voor
herfst. "Voor het laatste had de Dichter ook, by wijze van
spalking, waarover in § 123 gesproken is, herREfst kunnen
zeggen.
De bijvoeging der n, zooals in lentea, is eene bij onze
vroegere dichters zeer gewone paragoge, oorspronkelijk daaruit
ontstaan, dat men de versmelting der e met eene volgende
vocaal wilde voorkomen, om niet een' voet te weinig in de
versmaat te krijgen. Tot dat einde bezigt huygens b. v. de
gezegde letter, in het volgende naïeve sneldicht:
Gelijck als yder rnensch sijn sinnetje, sijn wensje,
Sijn eigen lustjen heeft,
Daer naer hy gaerne leeft,
Soo heeft oock elcke mensch een' eigene conscientie;
Dus preeckteti ick Matthijs. — Hoe, sei' hy : elck mensch één 1
Soo heeft 'er yemand twee, want ick en hebh' er geen.
Preecktei^, namelijk, vervangt hier preekte. Naderhand heeft
men de n ook wel noodeloos aangehangen, welk een en
ander tot veel verwarring in de geslachten onzer naam-
woorden aanleiding gegeven heeft.