Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
Die flus myn bly geluidt met vreugd' hebt aengehoort.
Toen ik voor Kloris zon^, die mijne zieV bekoort.
Hoort nu myn klagten, die zich door de lucht verspreijen.
Nu ik my van myn vreugd', myn Kloris, zie gescheijen.
Zwygt, schelle vogeltjes l hier voegt geen vrolyk liedt!
Nu Kloris dit gewest en myn gezicht ontvliedt,
Heeft ook de vreugdt dit veld en myne ziel hegeven.
Nu kwynen heek en beemdt, nu zuchten bosch en dreven;
Want roep ik: Kloris, keer l ei sla myn klachten gaè !
Dan baeuwt my de Echo fluks den naem van Kloris na ;
En roep ik: Keer,myn Bruydtl myn Bruydtl voaer moogt gij dwalen!
Dan hoor ik haer terstont: Myn Bruydt! myn Bruydt! hei'halen ;
Myn schaepjes treuren meé, zy laten V voedsel staen,
waren zy in V ha^'t met Bamons leet helaên ;
Geen versehe klaver kan hen thans in H minst verf risschen ;
Be velden schynen my verwarde wildernissen ;
Ik derf myn' wellusty want myn KlmHs voert dien meê;
ó Kloris! Kloris ! keer toch weder op myn beè !
De met andere letteren gedrukte woorden in deze bevallige
dichtregelen, b. v. blij voor blijde, gä voor gade, heê voor
bede, meê voor mede enz., zyn af kappingen ; mijn'oor mijne
is er ook meer of min eene. Zelfs schijnt de Dichter, blij-
kens het bezigen van het kortingsteeken, ook de woorden
vreugd' en zicV nog te beschouwen als apocopes, en als ge-
schreven staande voor vreugdE, zielE. Trouwens, het is hier-
boven reeds gezegd, en aan elk' taalminnaar bekend, dat
men onze substantieven, en vooral die van het vrouwe-
lijke geslacht, voorheen meer op e deed eindigen, dan tegen-
woordig. Men schreef in vroeger dagen sprakE, vreugdE,
zonnE, zielE, evenals de Hoogduitschers dit nog doen in
hun Sprache, Freude, Sonne, Seele. Slechts de harde opper-
duitsche dialecten, b. v. diegene, welke in Oostenrijk, Beije-
ren enz. onder het volk gesproken worden, laten die e weg,
«n zeggen Sprach, Sonn, Seel, Bub, enz. Voor zoover wij
Nederlanders dus thans zoo karig op de gezegde klinkletter