Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
door haar het woord niet eene enkele of een paar letters,
maar eene geheele lettergreep rijker wordt. Wij zien dus,
hoe brandt van elf ellef gemaakt heeft. En zoo vindt men
jiallem voor pahn, harrenas voor harnas, mellek voor melk,
worrem voor worm enz. Huygens bezigt yelas voor glas in
liet volgend kluchtig sneldicht:
Mijn jongen brak me een fijn gelas,
lek vraeghd\ hoe 't hygekomen was;
Sóó, seid' hy, Heer! (als om te mallen)
En heeft er noch een laten vallen.
In den prozastijl zijn dergelijke woordverlengingen volstrekt
af te keuren. Ook zelfs onze tegenwoordige pofe'zie ziet ze
■ongaarne.
§ 124.
Gelijk de aphaeresis of kuotting haren invloed uitoefent op
het begin, zoo oefent de apocope dien op het einde der
woorden uit, van hetwelk zij ééne, of soms meer letteren
afsnijdt. Deze metaplasmus is bij ons, noch bij de dichters,
noch in den dagelijkschen spreektrant zeldzaam. Men heeft
in den dichtstijl verscheiden soorten van afkappingen, die
echter allen niet even gebruikelijk zijn. Als huygens dus
b.v. zingt:
Kindren van heden, die t'sciiole verkeert,
Lett op een reden, die 'k hebhe geleert;
Neerstig gebeden is half gestudeert.
dan is de verkorting t' schole voor te of ter schole een voorbeeld
uit eene van die soorten. Uit eene andere soort vinden wij
er een in het volgende puntdicht deszelfden geestigen Mans :
Ampten, Lasten.
Siet, waer ons' driften gaen, en waer w' ons om bemoeyen l
Veel wercks zijn ijsere, veel eer zijn goude boeyen !