Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
'< Goed, dat ich heb gedaev, ontgaet my noch veel eer,
H Goed, dat my is geschiet, vergeet ick nimmermeer. —
Hier staat bijzondere voor bijzondere, evenals onze dichters
(met weglating dier e of zoogenaamde scheva, die wij toch
ook in de uitspraak soms bijna niet laten hooren) eng'len voor
engelen zeggen, eeuw'ge voor eeuwige, heil'ge voor heilige, ed'le
voor edele enz. De deftige prozastijl gedoogt dergelijke woord-
vervormingen niet. — Wat de ongewone syncopes betreft, als
b.v. knijn voor konijn, glei voor galei, poeren voor poederen,
en meer andere van dien stempel, welke onze vroegere dich-
ters zich niet zelden veroorloofden: zij mogen in onze tegen-
woordige poëzie, indien al, niet dan met veel omzichtigheid
worden gebezigd.
§ 121.
De epenthesis of invoeging schuift in een woord eene letter,
die er niet in zijn moest. Zoo vinden wij bij onze vroegere
dichters tittelen -voor titelen, gekommen yoot gekomen enz. Men
kan er het woord /iowmo ook toebrengen, dat eigenlijk honib,
moet luiden. Huygens zingt er van:
Het sotste van all 'tsott is menschelijk gegis;
Het soetste van all 't soet weet niemand, wat het is.
De epenthesis is slechts in enkele gevallen in den stijl der
poüzie te dulden. Het proza verbant haar.
§ 122.
Schijnbaar is er V3el overeenkomst tusschen de syncope,
waarvan wij zoo even melding maakten, en tusschen de zoo-
genaamde crasis, d. i. samentrekking of ineensmelting. In
den grond echter zijn beiden van elkander onderscheiden.
De crasis toch werpt niet zoozeer letteren uit, als zij wel
twee op elkander volgende vocalen in de uitspraak één-, in
plaats van tweesyllabig maakt. Dit doet zij vooral met ië,
II. 3