Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
eene gezaghebbende handleiding op dit stuk, tot de zotste en
ongerijmdste spelwijzen. Sinds de spelregeling echter, die in
het begin der tegenwoordige eeuw plaats had en van Staats-
wege werd aanbevolen en bij het openbare onderwijs inge-
voerd, is zulks aanmerkelijk verbeterd, en de bontWeurige
ongelijkheid, die men in schriften van vroeger' tijd aantreft,
heeft toen voor eene niet onwelkome orthographische gelijk-
vormigheid plaats gemaakt. Ieder, die als schrijver optrad,
en tijd, lust noch bekwaamheid had, om zichzelven een
stelsel van spelling te vormen, had dadelijk een voorschrift,
waarnaar hij zich regelen kon. De gemelde spelregeling in-
tusfchen werd voor eenige jaren door de Redactie van het
Woordenboek der Nederlandsche Taal aan eene herziening
onderwoipen, die echter niet aan alle deskundigen voldeed
en ook niet door de Regeering ondersteund werd. Ten ge-
volge van het een en ander heeft thans minder eenparig-
heid van schrijfwijze plaats dan vroeger. Sommigen, en
daaronder de Landsregeering en verschillende Gemeentebe-
sturen, houden zich nog aan de vorige regeling; anderen»
met name veel onderwijzers, volgen het Woordenboek vrij
getrouw ; terwijl wederom anderen de Redactie in zooverre
volgen, als zij zich met hare beslissing kunnen vereenigen.
Met opzicht tot eenparigheid laat derhalve het tegenwoor-
dige gebruik, jammer genoeg, veel te wenschen over. Men
vergelijke voorts het opgemerkte aan het slot van § 9.
§ 114.
Men moet echter de woorden niet alleen bloot spelkunstig,
maar ook verder taalkundig goed schrijven, dat is, ook naar
de overige regelen onzer spraakkunst of grammatica. Als
wij toch van den dapperen hollandschen Admiraal claassens
lezen :
Acht schepen, zwaar van houw, omsing'len thans den held.
Hij staat alleen, maar vast, gelijk een rots '< geweld