Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Over eenige algemeene voorschriften tot een' goeden nederland-
schen stijl; met name wat aangaat de keuze van zuivere
en duidelijke vjoorden, hunne verbinding tot zinnen,
en hetgeen hiertoe al verder behooren moge.
§ 108.
De nederlandsche stijl is de wijze, die aan elk Nederlan-
der of Nederlandsch schrijvende in het bijzonder eigen is,
om zijne gedachten, in haren samenhang en voortgang, door
middel van woorden uit te drukken. In een' wat engeren zin
bepaalt zich zulks tot het schriftelijk uitdrukken, gelijk daar-
om ook de zegswijze minder gewoon is: hij spreekt, dan wel
hij schrijft, een' goeden stijl. Somtijds beschouwt men meer
bepaaldelijk den styl, met opzicht tot het sierlijke der wijze,
waarop de gedachten zijn uitgedrukt. Iu dien zin zal men
zeggen: de taal en spelling van dat hoek zyn slordig; de stijl
is anders levendig en fraai.
§ 109.
De vereischten van een' goeden nedorlandschen stijl laten
zich tot drie brengen, zuiverheid namelijk, duidelijkheid en
fraaiheid. Door een zuiveren stijl verstaan wij do uitdruk-
king onzer gedachten, in haren samenhang en voortgang, door
middel van regelmatig gebruikte woorden, die, voor zooveel
zulks mogelijk en nuttig zij, tot onze moedertaal en hareu
beschaafden, in geschrifte heerschenden tongval behooren. Het
volgende bijtende, en tot verlevendiging onzer voordracht hier
aangehaalde puntdicht des heeren van Zuylichem is dus, gelijk
het meeste uit dien tijd, naar onzen tegenwoordigen schrijf-
trant, wat de spelling betreft, onzuiver. Het versje is gericht
tot een' prediker, die met allerlei zotte bewegingen, slinge-
ringen en spelingen zijner armen, handen en vingeren do
toehoorders ontstichtte: