Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
tot in het buitensporige uit. Sommige schrijvers in het nabu-
rige Duitschland zijn, de Hemel weet, \sliipr__welk een' geest
gedreven, in den laatsten tijd tot dit gebrek vervallen ; doende
zij den last van zeer lange zinnen op een klein, afgescheurd
slotwoordje nederploffen. — Meer zeggen wij over dit onder-
werp, dat eigenlijk tot den zoogenaamden numerus of de
prozamaat behoort, in onze redekundige voorlezingen.
Wat duisterheid, onduidelijkheid en dubbelzinnigheid be-
treft : voor het binnensluipen dezer gebreken wordt in de
woordenschikking der meeste nieuwere talen eene wijde
deur opengezet, zoodra men niet zorgt, aan de woorden
die plaats te geven, welke dikwerf alleen in staat is, om
te doen zien, met wat andere woorden zij in verband staanj
en in wat naamvallen zij geplaatst zijn. Zoo ligt er over
huygens' puntdicht, getiteld Maeghdepoeder, reeds half en half
een nevel gespreid, al moge ook deze nevel, bij eene herle-
zing, allengskens opklaren :
üewyl de maegh gesond is,
Dat bitter in de mond is,
Wat ivaer 'teen medicijn.
Genomen in wat wijn,
Tri/ns tong, gestampt in poeder.
Met die van haer vrouw moeder!
Men gevoelt toch, hoe verward, hoe onduidelijk en hoe stroef
tevens het in proza luiden zoude, als men zeide: overmits aan
de maag gezond is, hetgeen in den mond bitter smaakt, wat zoude
het een geneesdrank zijn, in wat wijn genomen, Trijns tong in
poeder gestampt met die van hare vrouw moeder'. Veel wel-
luidender en duidelijker zoude men zeggen: Wat zoude Trijns
tong, met die van hare vrouw moeder tot een poeder pestampt,
en in ivat ivijn genomen, een uitmuntende geneesdrank zijn, daar
toch, hetgeen in den mond hitter smaakt, voor de maag gezond is !
Zoo moet men ook voorzichtig zijn met de vooraanplaatsing
van den accusativus of vierden naamval, als deze accusativus
geen kenteeken van dien naamval draagt. Zelfs ook dan nog
II. 2