Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
188
Waarlijk, treffende en ten tijde, toen zg gemaakt werden,
maar al te ware verzen!
4) Bekreun u echter niet aan dezen laatstgemelden regel,
als zulks tot afwisseling kan strekken, of met den zin en den
rhythmus overeenkomt. Wij hebben daarvan hierboven in
§ 203 reeds een voorbeeld bijgebracht. Zoo is dit ook het ge-
val in een' der volgende schoone dichtregels van mijnen ge-
achten gelderschen landgenoot staring. Aldus, te weten,
luidt een gedeelte des verhaals, over zekere spokerij in een'
ouden burg loopende :
— — — — — — — Men hoort een treurig zuchten,
Een vreemd gestommel, dat onrustig gaat en komt.
En eindigt met een' galm, die onder de aarde bromt.
Als rouwgelui. — Een steen, vol schrift uit vroeger dagen.
Draagt heug'nis van een' gast, in 't oud kasteel verslagen;
Meldt, hoe zijn gouden pronk de roofzucht had bekoord.
En noemt den burgheer zelv', als dader van den moord.
De nacht verborg het feit, de middag moest het wreken !
Hij kwam; de stroom zwol'Bmil \\aan; de dammen weken];
Het land vlooi weg, eti 't slot, dat om den toren stond.
Begroef den onverlaat, die 't heilig gastregt schond. Enz.
Het geheele vers, waarin deze regels voorkomen, en dat den
titel van het Verschijnsel voert, is, naar mijn oordeel, bijzon-
der schoon van versificatie en van hetgeen men poëtische
uitdrukking noemt.
5) Tracht door eene verschillende caesuur overeenstemming
te brengen tusschen het werktuigelijke uwer verzen en hun-
nen inhoud. Fraai is b.v. in dat opzicht (en tevens in ver-
band gebracht met den rhythmus) het metrum des bekenden
dichtregels uit virgilius :
Uli inter sese magna vi brachia tollunt.
Fraai zijn ook uit dien hoofde, de volgende verzen uit het
zoo even aangehaalde gedicht van staring. (De reiziger