Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
Bit denkbeeld is mij meer, dan lof en lauwerkroonen ;
Voor mij zijt ^P] A^^eji, ja veel meer dan lofgeschal,
En pracht, en schat, en rang, ja meerder dan H heelal.
d, Als gij schreijende mijnK Assche zxdt vergaderen,
En mijn gebeente rust bij 't overschot der vad'ren.
Zegt dan, als gij uw ziel in mijn gezang hervindt:
»A/i/n vader heeft met vuur zijn vaderland bemind.''
De Franschen nemen dien legel ook streng in acht, zooals-
b.v. te zien is, als coileau zeer naar waarheid zingt:
Sans la langui, En un mot, l'auteur le plus divin
Est ioujours, quoiqu'l /"assE, Un méchant écrivain.
Niet zoo de Hoogduitschers. Bij dezen smelt de e in de vol-
gende vocaal niet weg, dan met uitdrukkelijken wil van den
dichter, die in dat geval zulks door het afkortingsteeken (')
aanduidt. Dit laatste doet b.v. de beroemde göthr in deil
eersten regel van liet volgende kluchtige versje:
Ba hatl' ich einen Kerl zu Gast,
Er war mir eben nicht zur Last;
ich haiV just mein gewöhnlich Essen,
Hat sich der Kerl pumpsatt gefressen,
Zum Nachtisch, was ich gespeichert hatf,
Und kaum ist mir der Kerl soo satt,
Thut ihn der Teufel zum Nachbar führen,
Üeber mein Essen zu räsonnii^en;
y>I)ie Supp' hätt können geivürzter seyn.
Der Braten brauner, jirner der Wein"
Ber Taus endsaker ment I
Schlagt ih7i todt, den Hundt Es ist ein Recense)it t
Men houde wel in het oog, dat de versmelting bij ons
slechts met de stomme, doffe of zoogenaamde zachtkorte e
plaats heeft. De lange of scherplange e ondergaat die smel-
ting niet. Zee b.v. of wee kan in onze verzen nooit met de