Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
neiging onzer laai lol welluidendheid, en van haren afkeer van
stroeve letterverbindingen , zooals dit eene en andere zichtbaar is in
^e veranderde uitspraak en spelling van verschillende woorden ?
15) Hoedanig is hel oordeel van sommige Hoogduitschers over den
aard hunner taal, beschouwd in betrekking tot zoetvloeijendheid en
zachtheid ?
16) Waarin is het monosyllabachtige van het Engelsch gelegen,
waaraan heeft die lappe-deken-taal dat onaangenaam, ja, soms
hondsch-grauwend en sn;iuwend éénlettergrepige te danken?
17) Hebben de oude talen die regelmatigheid in de plaatsing van
het accent, welke het Nederlandsch bezit?
18) Waarom kan men uit de vaste regelmaat onzer gezegde accent-
plaatsing meer of min tot de oorspronkelijkheid en onverhasterdheid
van hel Nederlandsch besluiten ?
19) Heeft in het Hoogduitsch diezelfde vaste regelmaat ook plaats?
En wal valt er te zeggen omtrent de uitspraak van het hoogduitsche
lebendig, van ons ordentelijk enz. enz.?
20) Welke uitdrukkingen zijn in eene taal plat of deftig, onedel
of edel te noemen ? Is bet Fransch niet kieschkeurig op sommige
uitdrukkingen, en in andere opzichten weder niet? Waardoor komen
den Hoogduitscher eenige onzer woorden zoo plat voor? Welke voor-
beelden van plat schijnende hoogduitsche woorden laten er zich al
meer aanvoeren, dan die in § 187 opgenoemd zijn?
21) Hebben onze woorden over het algemeen dat weifelende en
onvaste in de beteekenis, hetwelk zij dikwerf in hel Fransch en
Engelsch hebben?
22) In welke opzichten heerscht er eene zekere overeenkomst tus-
schen de nederlandsche taal en het nederlandsche volkskarakter,
zoodat zich het laatste in de eerste, als hel ware, terugspiegelt?
En wat dergelijke vragen meer zijn.
Een enkel woord over de nederlandsche prosodie (*).
§ 189.
De nederlandsche prosodie, versbouwkunde of spraaktoon-
(*) Wij willen aan hel slot 'van dit handboek nog kortelijk iels
aanstippen over onze prosodie, om zulks bij gelegenheid in afzon-