Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
160
LER b.v. legt in het roerende gedicht, de Kinder moor deti ar es
getiteld, aan deze ongelukkige, op het oogenblik dat zij naar
het schavot gaat, onder anderen de volgende woorden in den
mond, welke tot haren veraf zijnden, en harer niet meer
gedachtigen verleider gericht zijn:
Ach, vielleicht umflattert eine and're.
Mein vergessen, dieses Schlangenherz,
Ueberfliesst, wenn ich zum Grabe wand're.
An dem putztisch in verliebten Scherz ?
Spielt vielleicht mit seines Mädchens Locke,
Schlingt den Kuss, den sie entgegen bringt.
Wenn, verspritzt auf diesem Todesblocke,
Hoch mein Blut vom Rumpfe springt.
Niets zal ons stuiten, wanneer wij deze woorden dus in on-
dicht vertalen: Ach, misschien fladdert deze slangenziel op
dit oogenblik om eene andere vrouw, vloeit aan hare kaptafel
van verliefde jokkernij {scherts, jok, boert) over. Misschien
speelt hij thans met de haarlokken van zijn meisje ; zwelgt den
kus in, waarmede zij hem in de armen vliegt. Achl in dees'
eigensten stónd, dat mijn bloed wegspattend over dit doodsblok,
hoog ten strot (of ten romp) uit op zal borrelen. Men gebruike
nu echter voor het woord kap- of tooitafel (met een bas-
terdwoord bij ons toilettafel genoemd), poetstafel, en vertale
daarmede het hoogduitsche Putztisch, dat in den grond niets
anders beteekent, daar poetsen en putzen oorspronkelijk ge-
heel dezelfde woorden zijn. Wat zoude de lezer wel denken?
Zoude hij niet wanen, dat er van een tafeltje of bank ge-
sproken werd, waaraan onze amsterdamsche schoenborstelaars
of de parijsche décrotteurs, gewoon zijn, hunne smerige kunst-
oefeningen te verrichten ?
Zoo heeft dus het gebruik hetzelfde woord in Duitschland
edel, in Holland onedel gemaakt.
Een aantal andere soortgelijke voorbeelden laten zich bij-
brengen, b.v. het hoogduitsche Kopf, Kopfzeug, Bube, Maul