Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
Hoeveel woorden komen er nu in deze heerlijke verzen niet
voor, die, ook zelfs in de dagelijksche fransche uitspraak,
den klemtoon geheel en al op de verkeerde lettergreep,
dat is, op hun onzakelijk deel, ontvangen. Zulks is toch
het geval met errêur, raison, verröis, Celestes, s'écartanlt
certüines, heurlés, hasard enz., welke eveneens klinken, als
of wij zeiden: dwalinc/, redé, minde, hoorde, lachte, hemèl-
sche, afwijkende, zekere, schokkend enz. Nog veel grooter
wordt dit getal, wanneer wij tevens uit de verzen van de
i.a.m.vrtine die woorden lichten, welke, naar do scansie of
voetteliing der alexandrijnsche versmaat te oordeelen , het
accent verkeerd hebben. De eerste drie regels hebben de-
zelfde quantiteit, alsof wij in hollandschc verzen van de-
zelfde maat zeiden:
Antwöorde een ander u , ó IVijzen dezer aarde!
'kHeb gevloekt uw dwaling: 'k bemin, ik moet dus hopen;
Onz'é zwakke redé verbijstert , raakt verward. Enz.
verzen, die , al rijmden zjj nog zoo fraai, ons ondragelijk
in de ooren zouden klinken. De Franschen echter, bijna
geen accent kennende, en (doordien die bij hen nu eens
op het zakelijke, dan op het onzakelijke deel der woorden
valt) er geheel onverschillig omtrent geworden, behoeven
zich hieraan niet te storen.
Wat bewijst nu echter het hier aangemerkte over den
klemtoon ? Dit: dat onze taal nog in vele opzichten eene
zuivere, oorspronkelijke en onverbasterde taal is, gelijk
wij dit te zijner plaats (zie § 162) aangetoond hebben, en
nader in onze voorlezingen over dit handboek zullen aantoonen.
§ 185.
Men kan het onzer taal ook als eene goede hoedanigheid
toerekenen, dat zij in de uitspraak harer letteren op zulle
eene vaste wijze te werk gaat, en niet dezelfde letteren
en lettergrepen op volstrekt verschillende, en omgekeerd