Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
De vlam drijft frager tusschen wanden,
Door moord bespat!
Zij staat; zij rijst; en lekt niet langer
Het purpren slijk.
Wat ziet hij, hij haar sombre stralen? —
Een Maagdenlijk!
Hij staart het aan, met scheemrende oogen;
Herkent zijn Bruid!
En ademt, op haar koude lippen.
Het leven uit.
Het echt poëtische en schilderachtige der uitdrukking, en
het ongemeen gekuischte van stijl, dat aan deze verzen, ge-
lijk aan alle overige van den heer staking, eigen is, kan niet
genoeg geprezen worden. Op dergelijke voorbeelden mogen
jonge lieden, die zich op de taalkennis, stijl en welsprekend-
heid toeleggen, wel acht geven. Niets oefent meer. Daarom
zgn ook alle redekundige lessen van een' cicero, quinctilia-
Nüs en andere groote schrijvers der Oudheid vol aanhalingen
uit dichters. Vergelijk hiermede het gezegde in § 139.
Nog een paar woorden over eenige andere fraaije eigen-
schappen onzer taal.
§ 184.
Als iets loffelijks moet men het ook in onze taal aanzien,
dat zij in de plaatsing van den klemtoon, of het accent,
naar zulke vaste en tevens hooggepaste regels te werk gaat.
Te weten, het accent (*) of nadruk der uitspraak valt in
alle oorspronkelijke nederlandsche stamwoorden (vergelijk
§ 11), en in de meeste afgeleide woorden of derivata, die
met onscheidbare voor- en achtervoegselen zijn samengesteld
(*) Wij spreken hier over het woordaccent, niet over het redeaccent.
Vergelijk hierachter de eerste § § over de nederlandsche prosodie.