Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
slagen zal men haar wel willen toestaan. Wat minder dich-
terlijk gesproken, men Jzal wel willen erkennen, dat het
Nederlandsch op eene groote mate van kracht, sterkte en
nadruk aanspraak kan maken. Door deze eigenschappen
verstaan wij hier niet het nadrukkelijke in de woorden,
beschouwd, om het dus te noemen, als denkbeelden, die
verligchamelijkt zijn; maar het klankrijke, voltonige, forsche,
gespierde of zenuwrijke in het werktuigelijke samenstel dier
woorden zelve. — Krachtig, maar in den eersten zin vooral,
dat is, voor ons gevoel en onze verbeelding, zijn b.v. de
volgende bekende verzen van vondel :
Aen den Lasteraer van huigh de groot :
O Farizeeusehe grijns, met sehijngeloot vernist.
Die H groote lijk vervolght ook in zijn tweede kist;
Gy, helhont, past het u dien Herkies na te bassen.
Te steuren op 't autaer den Fenix in zijn assen.
Den mont van 't Hollantseh Recht, by Themis zelf beweent?
Zoo knaegh uw tanden stomp aan 't heilige gebeenV !
Immers, de woorden grijns (dat is masker- ot mom-aangezicht,
en dit voor: vermomde, schijnheilige, geveinsde huichelaar
genomen), schijngeloof, vernist, helhond en meer andere, schil-
deren hier in hunne metaphorische of overdrachtelijke be-
teekenissen de zaken, welke zij aanduiden moeten, op het
levendigst en treffendst voor ons zielsoog af. — Maar krachtig
in den tweeden zin, dat wil zeggen, toonkunstig krachtig
voor het gehoor, zijn b.v. woorden, als er voorkomen in
VONDELS dichtregelen:
Ik, tot médogen van zoo groot een ramp geparst.
Heb naulijx antwoordt reede, of 't heele bosch, dat barst
Van dreun en donder, brant en. blixem der musketten.
En galmt van wapenklank, van tromlen en trompetten.
In de klanken, als klanken zelve, van sommige dezer
woorden toch, als daar zijn: harst, wapenklank, dreun, don-