Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
den gerekend, als b.v. Foor voor 'Foder, hebben ook in
onze taal plaats. Vandaar weêr voor weder, voêr voor
voeder, teêr voor teeder, leêr voor leder, en soortgelijke meer ,
welke men in het Hoogduitsch schier geheel niet kent, en
die, ofschoon in den deftigen stijl bij ons niet aan te bevelen
(zie § 120), echter de neiging onzer spraakwerktuigen tot
smeltende kortheid verraden. — Nog andere letterverplaat-
singen , letterverwisselingen en lettersamentrekkingen komen
er in onze taal voor, die allen van dezelfde neiging getui-
gen. Geachte taalkenners hier te lande hebben er verschil-
lende voorbeelden van bijgebracht.
§ 181.
Vergelijken wij onze taal met hare naaste bloedverwant,
het fraaije en krachtige Hoogduitsch, zoo ontdekken wij
insgelijks het eene en andere , dat de aanspraak, welke zij,
hoewel eene noordsche taal zijnde, op eene zekere mate
van zachtheid maken kan , meer of min ondersteunt. Dus
gebruiken wij ovor het algemeen dikwerf de zachtere con-
sonanten, waar de Hoogduitschers de hardere bezigen. Men
zal bij ons b.v. herhaalde keeren de meer smeltende d aan-
treffen , als men in het Hoogduitsch de scherper uitgestoo-
ten t gebruikt vindt. En zoo zal bij ons, gelijk wij reeds'
zagen, de v staan, waar het Hoogduitsch de f, of de mee
volmondige b heeft; of wel, wij zullen onze welluidende z
gebruiken , als de Hoogduitscher zijne harde z (bij hem als
ts klinkende) laat hooren. Hetzelfde geldt ten aanzien der
j, die in het Nederlandsch menigvuldige malen de ch ver-
vangt, gelijk voor deze laatstgemelde ook wel onze twee-
klank (of klinker) ie in de plaats treedt. Voorbeelden van
het eene en andere zijn spoedig aan te voeren. Schiller ,
de groote en onsterfelijke dichter, zingt weemoedig-schoon
van de hoop:
Es reden und träumen die Menschen viel
Von bessern künftigen Tagen ,