Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
Meermalen is de vertaling , die de te vroeg gestorvene
NiEUWLAND van ANACREONS Duifje gogcven heeft, aangehaald
geworden. Ik laat ze hier ter afwisseling ook volgen. Men
kan eiken Hoogduitscher uitdagen, om ons, wat nu klanken
als klanken betreft, in zijne taal eene zoo zoetvloeiende
overzetting aan te wyzen. Hoe oorstreelend is reeds ons
duifje met zijne zachte d, smeltende ui en j, in plaats van
de hardere t, de volmondiger du, en de meer gegorgelde
ch in het hoogduitsche Tduhehen,
Van waar gij, lief duifje?
Van waar zoo ter vlugt ?
De geur van uw wiekjes
Bewierookt de lucht.
Wie schonk u dien balsem ,
Wie zijt ge ? vjaarheen ? . . .
Anakreon zendt mij
Naar zijne Climeen',
Die thans alle harten
Beheerscht door haar schoon.
Anakreon heeft mij
Gekocht van Dioon';
JJij gaf haar een liedje
En kreeg mij ten loon.
Nu dien ik mijn* meester,
Ik heb hem zoo lief,
Gij ziet, ik bezorg nu
Voor hem dezen brief.
Dan laat ik , dus sprak hïj,
Wel spoedig u vrij;
Doch , schoon hij mij losliet,
Toch bleef ik hem bij.
Waarom zou ik zwerven
Door *f veld en in 'twoud?
En eten in *t wilde 9
En schuilen in V hout ?