Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
zelfs op eene vrij groote mate van zachtheid zoude kunnen
bogen. Dit blijkt vooreerst uit een aantal onzer dichtstuk-
ken, waarin ook zelfs vreemdelingen hier en daar smel-
tende en zoetluidende woordklanken opmerken zullen. Vooral
heerschte er vóór een paar eeuwen en vroeger, toen er nog
meer verscheidenheid iu onze declinatie en conjugatie was,
(zie § 60 en 95); toen de e meer als sluitletter, op het
einde der woorden gebruikt werd (zie § 124); toen onze
taal al zoo rijk was in het aantal van letterklanken, als
tegenwoordig; toen men veel werk van verkleinwoorden
maakte (zie § 48 en volg.); toen men op ieder woord en
letter in de uitspraak minder drukte, over harde keelklan-
ken meer heenglipte, eu een aantal kleine woordjes nauwe-
lijks deed hooren ; toen onze beroemde geleerden en dich-
ters telkens naar Italië reisden , en daar in gelukkiger
luchtstreek een fijner oor voor welluidendheid erlangden , en
wat dergelijke voordeden meer zijn , veel zoetvloeijendheid
in de nederlandsche poëzie. Ik beroep mij op de minnedich-
ten van hooft en anderen , waaruit eene liefelijke wellui-
dendheid elk een' tegenklinkt, die niet dwaas aan het
nieuwmoodsche alleen hangt, en zich boven het zonderlinge
eu plat schijnende van eenige, thans min gebruikelijke
woorden en woordvoegingen verheffen kan. In de voorlezin-
gen zullen wij een aantal van deze minnedichten kortelijk
doorloopen en ophelderen, als daar zijn: Zal nemmermeer
gebeuren enz.; In hel Idaliseh dal enz.; '< Minnegoodje,
'twondziek geesje enz.; Hooger, Dor is , niet mijn gloedje enz.-,
Rozemond, hoorje spelen nog zingen enz.; Klaere , wat heeft
er uw hartje verlept enz.; De min met prikjens van zijn
strael enz.; Naere nacht van benauwde drie jaren enz.; Le-
onor, mijn lieve licht enz.; Ooghjes , levendige staeltjes enz.;
Zuiver hebbelijke handtjes enz., en andere soortgelijke. Zulke
proeven van zoetvloeijendheid kunnen insgelijks aangehaald
worden uit vondel, josctijs, cats, jeremias pe decker,
UüYGENs enz., en voorts uit de lateren, droekiiuyzen, poot,
smits, luyken, nieuwland, bellamy enz. onz.