Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
Maar, zoudt gij zwichten voor hunn' sterkte^
Ts ruw zijn voor hun teer geluid 9
Neen , wat humi' woede of weelde werkte y
Stort gij in de eigen toonen uit!
Rijst, oude Bardent die uw stemmen
In grendelen voelt van 't graf beklemmen!
Rijst, reed'naarst rijst uit zwijgend stoft
Gij moogt uw' galm, zoo lang verloren.
Van Nederlandsche tongen hooren ,
En bloost niet om verjongden lof.
Horatius! waarom te wijken ,
Als waar' Mecenas it ontsneld 9
Van Winters zijn 't, en Bilderdijken,
Bie zorgen , dat uw roem hier geldt t
Neen , bloos niet, oudheid t om uw kind'ren >
Bat zij den rang huns bloeds vermind'ren ,
Uw wiegzang ruischt nog in hun oor ;
Maar op die maat en trippelingen
Bestaan ze een stouter lied te zingen ,
En draven langs een breeder sipoor.
Ja , Neerland kan op sprekers roemen ,
Wier galm zijn' haat'ren sidd'ren deed ,
En Witten en de Grooten noemen ,
Wier tong als spiets en sabel sneed;
Op meer dan één\ die voor 's lands regten
Het vorst'lijk harnas dorst bevechten ,
En H kneusde door geweld van taal;
Bie troonen schokte en kon verzetten ,
Meer dan de donders der musketten ,
En 't bliksemen van ^t oorlogsstaal. Enz. enz.
Eenige vragen voor jonge lieden.
1) Men spreekt wel eens van de armoede der fransche taal. In
hoever is dit verwijt gegrond, ten aanzien b. v. van sommige woor-