Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
En de Reeërs, die hem koosen,
Weeran, is de jonge Vaer."
Heintgje peurde strack an 't stuer, en
Haelde 't aneker uyt de grond;
't Scheepje ginck door 't Zee-sop schueren,
Offer Mouringh noch an stond.
Dat de reeders hier 's Lands Staten ; de matrozen het volk ;
Mouringh, Prins maurits van oranje, zoon van willem den
eersten ; mooi Heintje, Prms frederik iienrik (die, na zijns
broeders maurits dood, aan de spits onzer voorvaderen te-
gen het spaansche geweld stond) beteekenen, heeft wel voor
niemand aanwijzing noodig.
§ 177.
In al deze en soortgelijke stukken kan onze taal inderdaad
op rijkdom bogen, en behoeft, gelooven wij, wanneer men
alles wel onderzoekt, voor geene andere onder te doen. Maar
vooral is dit eene van hare deugden, dat zij niet alleen in vele
opzichten gegoed is, maar ook telkens op eene zeer gemakke-
lijke wijze nog meer gegoed, nog rijker kan worden. Wij
noemden dit buigzaamheid, vormbaarheid, vermogen om haar
taalschat te kunnen vermeerderen. Deze hoedanigheden bezit
zij, evenals het Hoogduitsch , in eene hooge mate, en zulks
1) dewijl zij — zooals wij in § 162 gezien hebben — eene oor-
spronkelijke taal is, wier wortelen over het algemeen nog vol
jeugdige kracht en leven zijn, zoodat zij telkens op nieuw
kunnen uitbotten ; 2) dewijl zij rijk is in voor- en achtervoegse-
len van afleiding, en hierdoor gemakkelijk nieuwe woorden
vormen kan; (men vergelijke hetgene hierover in § 17 en
volg. gezegd is geworden) en 3) dewijl zij eene ongemeene vat-
baarheid bezit voor de woordkoppeling, dat is, om in één
oogenblik, door het aaneenhechten van een paar woorden een
nieuw denkbeeld op eene duidelijke en verstaanbare wijze uit
te drukken, en zulks, zonder dat zij, gelijk de Pranschen
moeten doen, telkens het Grieksch en Latijn te dien einde