Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
naamste bezigheden der Nederlanders in bestaan hebben en
nog bestaan. Voorbeelden zijn: recht door zee gaan; het gaat
hem voor den wind; er komt een luchtje; iemand de loef af-
steken; iemand in lij laten; daar kwam een rak in den wind;
het over een' anderen boeg wenden ; iemand dwars voor den
boeg komen ; ie veel want over hoop halen ; van stuurboord
vaar bakboord zenden ; in iemands sop varen ; met een opge-
streken zeil komen ; met een nat zeil loopen ; de vlag voor
iemand strijken ; een wakend oog in 't zeil houden ; iemand
aan boord klampen ; alle zeilen bijzetten ; een lastig zeeschip
zijn ; achter het net visschen ; bot vieren ; het laten vlotten en
drijven; het aan hooger boord houden; twee groote masten op
één schip; met dubbele passen varen; aan den grond zitten;
aan het roer van regeering zitten ; het in het riet laten loopen ;
aan lager wal zijn; het tij laten verloopen ; in troebel water
visschen; iemand aan het lijntje krijgen; in het riet sturen;
tegen wind en stroom oproeijen ; op zijn getij visschen; de
haven der rust binnenloopen; op Gods bestel ankeren ; het
anker der hoop laten varen ; in zijne verwachting schipbreuk
lijden; alle havens schuiten den wind; als het diep verloopt,
dan verzet men de bakens; voor wind en stroom varen ; de
zaak wil niet vlotten; iemand in het net krijgen ; op droog
raken ; daar kwam een kink in den kabel; een reef in het
zeil binden; iets op Gods genade drijven laten ; alle zeilen
blank ; te gronde gaan ; nog een glaasje op de valreep drinken ;
visch voor visschers deur vangen ; die het eerst in de boot is,
heeft keur van riemen; eene zaak zoo wat weten te schippe-
ren ; met iets vast raken ; op iets de vlag voeren; het maar
laten waaijen; een rechte bram zijn; hand aan het roer
slaan ; de volle laag krijgen ; op zijn roer passen; hou ]e roer
recht l in ééne bewrs varen ; kapers op de kust krijgen ; iets
wegkapen; vrijbuiten ; in eene zaak wat bijdraaijen; een man
over boord, een eter te minder ; een schip op strand, een ha-
ken op zee, en dergelyke ontelbare meer.
Zelfs in den deftigsten stijl komen eenige dezer uitdruk-
kingen voor, gelijk ook onze poëtische letterkunde overvloeit