Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
kraaijen, kirren, korren, klokken, fluiten, zingen, orgelen, tie-
relieren, kweelen, tjilpen, tjeuteren, grommen, gnorren, wren-
schen, gonzen, kleppen, snorren, juilen, snateren, slaan, kwaken,
rikkekikken, snorken, mekeren, en meer andere, welke mij
thans niet te binnen schieten.
2) Dat het ons niet aan woorden ontbreekt, om de ver-
schillende zedelijke en verstandelijke vermogens, eigenschap-
pen, hoedanigheden, driften, deugden, ondeugden, gewaar-
wordingen, aandoeningen en wat dies meer zij, der redelyke
wezens en diergenen, welke boven dezen verheven zijn, aan
te duiden, en al de werkingen der ziel, tot in hare fijnste
kleursels en schakeeringen, behoorlijk met woorden at te schil-
deren. Als voorbeelden voor smartelijke aandoeningen b.v.
kunnen strekken woorden, gelijk daar zijn : bedruktheid, be-
klemdheid, neerslachtigheid, weedom, weemoed, somberheid,
zwaarmoedigheid, weemoedigheid, droefheid, droefgeestigheid,
leedwezen, treurigheid, smart, kommer, hxrtzeer, zielspijn,
verdriet, kwelling, bedroefdheid, naargeestigheid en soortgelyke.
3) Dat het ons in geenen deele aan uitdrukkingen man-
gelt, waarmede wij de voor- en onderwerpen van verschillen-
de wetenschappen kunnen benoemen, gelijk de wgsbegeerte,
zedekunde, wiskunde, rechtsgeleerdheid en anderen hiertoe de
voorbeelden kunnen opleveren. — Den heer bilderduk b.v.
van de spijsvertering zingende, falen voorzeker de kunstwoor-
den niet:
Neen, 'k wil op 't leergestoelt' voor geen verwonderde oogen
Den doolhof van het bloed door long of brein betoogen.
Het moeilijk chijlproees, van 't kleinzen met den tand.
Niet volgen door 't kanaal van H bochtige ingewand,
. De spijs met speeksel, gal, en cdvleesehvocht vermengen.
Door persing, melking, gloed, in 't darmgehevelt' brengen.,
Door de enge melkvochtbuis ontlasten onder 't bloed.
En voeren 't door het hart den adem in 't gemoet. Enz.
4) Dat hetzelfde ook geldt, wat de kunsten betreft.