Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
geb. 1741, gest. 1804) als echt-hollandscbe vruchten van vernuft er*
geest op blijvenden roem aanspraak maken ? enz. enz.
79) Welke schriften vindt men, gedurende de achttiende eeuw, at
meer bij ons, die, over de eene of andere kunst of wetenschap in het
Nederlandsch geschreven, wegens taal en stijl eenige opmerking ver-
dienen ?
80) Hoe vertoont zich de toestand der nederlandsche welsprekend-
heid, bepaaldelijk ook der kansel- en balie-welsprekendheid, in de
achttiende eeuw? Welke redenaars van eenigen naam traden in dat
tijdvak te voorschijn? Mogen b.v. hermannus noordkerk, allard
HüLSHOFK enz. met lof worden genoemd?
81) Wij zien in den geest onzer nederlandsche poëzie, en in het
algemeen in den geest onzer nederlandsche letterkunde, zoowel op
het einde (of in het laatste derde) der zeventiende, als op dat der
achttiende eeuw, vrij wat verandering ontstaan : waarin verschillen
beide deze veranderingen van elkander, waarin komen zij met elkaar
overeen ?
82) Wat is het eigenaardige, welke zijn de heerschende zucht en
drijfvederen, die in de letterkundige voortbrengselen van eenen Hie-
ronymus VAN ALPHEN, JACORUS BELLAMY, PIETER NIEUWLAND, RHIJN-
VIS FEITH, ELISABETH MARIA POST, JACOBUS KANTELAAR en andere
meer of minder beroemde nederlandsche vernuften, het laatste der
achttiende of begin der negentiende eeuw verheerlijkt hebbende,ken-
baar zijn ? In hoever hebben de groote staatsomwentelingen, die
Europa te dien tijde geschokt hebben, ook op onze letterkunde invloed
uitgeoefend ?
83) In welke soort van poëzie heeft bilderdijk wel het meest uit-
gemunt? Welke zijn dezes Mans meest verdienstelijke taalkundige
werken? In hoeverre kan da costa in de dichtkunst een navolger
van bilderdijk genoemd worden, en welk oordeel moet men vellen
over des eersten Poëzij van 1820, en latere stukken, als Politieke
Foézij en dergelijke ? Welke aanmerkingen heeft men gemaakt op 's Mans
Slag bij Nieuwpoort?
84) Met welke twee vlaamsche dichters kunnen loots en tollens
op eene zeer gepaste wijze vergeleken worden? Welke kritische be-
schouwing heeft professor david geleverd over de werken van bilder-
dijk en tollens ?
85) Verdient — en verdient zonder dwaze vooringenomenheid met
ons kleine Vaderland — onze nederlandsche letterkunde, en in de
zeventiende, en in de achttiende eeuw, over het geheel eenigszins in
vergelijking gebracht te worden met die van andere groote volken^