Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
"Waarin verschillen zij van de zoogenaamde Sprekers? Wat waren
hunne Landjuweelen en Haagspelen? Wat noemden zij Hefereynen,
Kniedichten, Spelen van Sinne, Kluiten , Batementen ? enz.
49) In hoever waren reeds oudtijds de brahantsche en vlaamsche
tongvallen van de hollandsche onderscheiden ? Welk verschil heerscht
er b. v. tusschen de taal en den schrijftrant van maerlant en die
van MELIS STOKE?
50) Welke bewijzen heeft men er voor, dat vanoudsher de neder-
landsche taal de ware moedertaal in de meeste zuidelijke provinciën
der Nederlanden geweest is, en zulks nog is, zoodat het Fransch
daar geene aanspraak op den naam van eigenlijke landtaal kan maken?
Hoe heeft echter het Fransch dien invloed gekregen , dat hel in Bel-
gië de ware moedertaal, het Nederlandsch (of — zoo als men het er
noemt — het Vlaamseh) echter verdrongen heeft?
51) Hoedanig was de staatkundige toestand der Nederlanden in de
vijftiende eeuw , en welke was hun invloed op onze letterkunde?
Wat valt er van verschillende schrijvers , meest Brabanders en Vla-
mingen , uit die eeuw te zeggen; b. v. van andries de smit , (schrij-
ver der Excellente Cronyke van Vlaenderen) , anthonis de
ROVERE, JAKOB of ADAM VILT, LAMBERTUS GOETMAN, DIRK VAN MUN-
sjER, GERARD ROELANTS, JAN VAN DALE BDZ. ? Wat is er van hunne,
meest smakelooze geschriften bekend? In hoever verdienen dezen
eenige belangstelling? Welke, meer bepaald gezegde noord-neder-
landsche of hollandsche schrijvers heaft men in dat tijdperk ?
52) Waaraan moet men het toeschrijven, dat onze taal, vooral in
de vijftiende en zestiende eeuw, zoo bezoedeld werd met bastaard-
woorden, en gingen noord-nederlandsche schrijvers aan dat euvel
evenzeer mank, als over het algemeen de zuid-nederlandsche ? Vindt
men voor het overige ook uitzonderingen op die taalverbastering ?
53) Welke is de staat en gang onzer letterkunde in de zestiende
eeuw geweest? Waar bloeide zij staande die eeuw meer» in het Zui-
den, of in het Noorden der Nederlanden? In hoever verschilt in dat
opzicht het begin van het einde dier eeuw? Waardoor begon de be-
oefening onzer letterkunde in Brabant en Vlaandeien, na het midden
der zestiende eeuw, allengskens meer en meer te verflauwen ?
54) Welke zijn de werken en verdiensten der zuid-nederlandsche
schrijvers uit de zestiende eeuw, b. v. die van anna byns, matthys
de casteleyn {Excellent Poëet Moderne bijgenaamd) cornelis van
GHISTELE, MARCUS VAN VAERNEWIJCK, COLYN VAN RIJSSELE, JAN
UTENHOVEN, JAN FRUYTIERS, EDEWARD DE DLENE, FILIPS VAN HAR-
Nix, Heer van St. Aldegonde, (die in vele opzichten zoo goed een
II. 8