Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
duurde. Huune taal- en stamgenooten, de Denen, deden ver-
volgens herhaalde invallen in Engeland, beheerschten nu eens
de Angel-Saksen, verbonden dan wederom zich met hen, of
deelden met hen het opperbewind; om kort te gaan, de an-
gel-saksische tongvallen smolten met de hun reeds oorspron-
kelijk vrij na in den bloede bestaande oud-deensche en oud-
deensch-saksische dialecten meer en meer ineen. In deze
nu eens meer dan minder vermengde tongvallen (meest in
het algemeen Angelsaksisch genoemd) heeft men verschillende
schriften, waarvan echter de meesten ongedrukt in de boeke-
rijen van Groot-Brittannië berusten.
§ 170.
Uit hetgene in de vorige § slechts even aangeroerd is, blijkt
vanzelve de reden, waarom het tegenwoordige Engelsch,
(behalve dat het in het algemeen vrij wat verwantschap met
onze taal vertoont), inzonderheid ook nog zooveel overeen-
komst heeft met bet Boere-Friesch, in welken laatsten tong-
val namelijk de oud-friesche dialecten tot op den huidigen
dag, met eenige verandering evenwel, blijven voortleven Deze
gemelde oudfriesclie dialecten verdienen ten hoogste de
opmerkzaamheid der taalonderzoekers. Zij strekten zich in
vorige eeuwen over het geheele West- en Oostfriesland, Gro-
ningerland, ja, wie zal zeggen, over wat streken niet al meer,
uit. Men heeft vooral in de genoemde tongvallen nog ver-
schillende oude wetboeken, waaronder het oud landrecht van
het groningsche Hunsingo-kwartier, het Rustringer landrecht,
het zoogenaamde Asegaboek, het Corpus der friesche wetten,
en soortgelijke de voornaamste plaats bekleeden. De oudste
er van schijnen, in hun' tegenwoordigen vorm, uit de der-
tiende eeuw te zijn. Tegenwoordig is het oud-Friesch geheel
uitgestorven, behalve ten platten lande en in enkele kleine
steden van onze nederlandsche provincie Friesland, en uitge-
zonderd meer of min (volgens deskundigen) in het westelijke
gedeelte van het hertogdom Sleeswijk, in het Saterland, en
op een paar eilanden. Hetgene van het oud-Friesch in ons