Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
X.
Eenige gezondheidsregelen.
1. Men ademt zoo mogelijk zuivere lucht in, niet te koud
of te droog. Schadelijk is alle stof van allerlei aard.
Men late den hals niet koud worden, en is dit ge-
schied, dan verwarme men dien zoo spoedig mogelijk.
Deze regel is vooral in den zomer, na zangoefeningen,
die ons verhit maken, in acht te nemen. Liever zoeke
men het zweeten te vermijden. Wat van den hals
gezegd is, geldt ook van de borst, nl. het bovenste deel
daarvan.
2. Men vermijde zoo mogelijk het genot van sterk
aangezette spijzen en verhittende dranken. Wat
voedzaam is, wat de spijsvertering bevordert en
den smaak aangenaam is, mag de zanger, evenals
ieder gezond mensch, gebruiken, doch alles met maat
en op den rechten tijd.
3. Bij de zangoefeningen wissele men p. met ƒ., hoog met
laag, borst- met falsetstem af, en zij niet eenzijdig.
Neem daarbij zooveel rust, als noodig is. Ook is het
niet noodig altijd te sfaian bij langdurige zangoefeningen.