Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gezang in de eerste kinderjaren.
Het jonge kind, op moeders schoot, is zich zelf nog
niet bewust. Het leeft, maar weet nog niets van zijn be-
staan. Ook zijne vermogens sluimeren nog. Van de zin-
tuigen is het gezicht en het gehoor vroeger dan andere
ontwikkeld. Hoe gaarne ziet het kind naar eenig licht, het
grijpt er naar, het zoekt het met de oogen. Ook het gehoor
begint spoedig te ontwaken. Reeds na korten tijd onder-
scheidt het enkele klanken. Bovenal luistert het gaarne
naar het gezang der moeder. Wanneer alle middelen zijn
uitgeput om het schreiende en klagende kind tot rust te
brengen, zal het gezang de gewenschte uitwerking hebben.
Hoe menige moeder weet niet, welk een macht het
wiegelied heeft. Niets is beter in staat de vermoeide oogen
van het kind te sluiten dan een stil gezang. Luisterend
ligt het in de wieg, en wordt het lied voor een oogenblik
afgebroken, dan is het, of het vragen wil: ga voort.
Het kan natuurlijk de bedoeling niet zijn het gehoor op
dien leeftijd door onderwijs te ontwikkelen. Genoeg zij het,
te weten, dat het bestaat. Zingen in den wezenlijken
zin des woords doet het jonge kind nog niet. Het bootst