Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(56
Zij kenmerkt zicli door heeschheid en plotseling overslaan
of breken der stem, ook bij het spreken waar te nemen.
Eensklaps hoort men een neiging naar de tonen van vol-
wassenen , waarna de kinderstem weder te voorschijn treedt.
De stem wordt in dit overgangs-tijdperk dof en wanluidend
en haar omvang neemt af.
Na het tijdperk der mutatie wordt de jongensstem dieper
en voller, verkrijgt een tnannelijken klank en treedt op in
het karakter van bariton, bas of tenor en gaat 1 tot 1!
octaaf lager. Die der meisjes wordt krachtiger en liefelijker,
weinig hooger of lager en verandert in alt-, mezzo-sopraan-
of sopraanstem. Nochtans is die ontwikkeling in ge-
noemden tijd niet geheel afgeloopen. De bas- en altstemmen
bereiken niet terstond de grootste diepte, noch komen tenor-
en sopraanstemmen tot de hoogste tonen, maar de ont-
wikkeling duurt voort tot het 30ste jaar, wanneer de stem
voor goed haar karakter heeft verkregen.
Het einde der stemwisseling, bij meisjes spoediger
afgeloopen dan bij jongens, is kenbaar aan de ge-
makkelijkheid, waarmede hooge of lage tonen worden voort-
gebracht.
De vraag of alle zangonderwijs gedurende den tijd der
stemwisseling moet worden gestaakt, moet ontkennend be-
antwoord worden. Door beroemde Physiologen wordt zelfs
beweerd, dat eene omzichtige oefening de stem niet schaden
zal, maar veelal versterken.
De maanden en jaren der mutatie behoeven alzoo ten
opzichte van zangonderwijs niet verloren te gaan. Gedurende
dien tijd kunnen gehoor- en rythmische oefeningen onge-
stoord voortgezet, en de theoretische kennis vermeerderd
worden.