Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(43
zang heeft bovenal eene bijzondere oefening noodig, meer
dan in de spreektaal.
Dewijl de klinker het hoofdbestanddeel van een woord
uitmaakt, en de medeklinkers slechts den klank wijzigen,
moet de zanger aan den eersten de meest mogelijke noten-
waarde toebedeelen en over de medeklinkers spoedig, maar
duidelijk gearticuleerd, heenglijden.
u. Klinkers.
De goede uitspraak der klinkers is voor den zanger van
het hoogste gewicht, want van haar hangt de verstaanbaar-
heid van de tekstwoorden af, waartoe de medeklinkers, welke
later zullen behandeld worden, het noodige bijdragen.
Wij onderscheiden heldere en donkere klinkers en daar-
nevens nog opene en geslotene, (lange en korte uitspraak
der klinkers). In onze taal bezigen wij de volgende klinkers:
(gesloten) a, e, i, o en u; (open) a of «a, o of oo, e of ee,
i of ie, n of uu, oe en eu.
De klinkers worden naar de verschillende mondopening
van elk hunner door het volgend figuur samengevat:
* e, i.
t O, u.
Zooals reeds vroeger met een enkel woord is gezegd, is
a het uitgangspunt voor alle andere klinkers. Bij de bovenste
rij (e en i) wordt de mondopening door opheffing der kin
telkens kleiner, terwijl de mondhoeken in gelijke mate
worden verwijd. De onderste (o en u) verkrijgen door
middel der lippen eene telkens vernauwde mondopening,
terwijl de mondhoeken nader bij elkander komen; a, e en i
worden heldere, o en h donkere klinkers genoemd.
Zooals uit de figuur blijkt, zijn i en u het verst van a