Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
IV.
Vervolg.
De toonladder is tot hiertoe alleen behandeld met hare
seconde-intervallen en haar 4 hoofdtonen. De tijd is nu aan-
gebroken om haar van meer nabij te beschouwen, en de
verschillende toontrappen in betrekking tot elkander te leeren
kennen. Wij zullen alzoo de leerlingen bekend maken met
de eigenaardige benamingen, die zij ontvangen ten opzichte
van den Isten trap (grondtoon of prime), doch ons vooreerst
bezig houden met de terts. Als zoodanig zijn reeds uit de
voorgaande oefeningen bekend de intervallen van 1 — 3 en
van 3 — 5. De overige worden nu — weder met behulp va.n
een teekening — opgezocht en genoemd, en bij elke terts de
tusschenliggende toon in het oog gehouden.
Men kan tegelijk doen opmerken, dat elke terts niet even
groot is, hetwelk uit de ligging der toontrappen duidelijk
zichtbaar is, en alzoo aanleiding geeft om te vragen: hoe
groot is elke terts, d. i. hoeveel heele en halve tonen bevat
zij; en welke tertsen zijn even groot?
Het ti-effen der tertsen late men aan den leerling over.
Hij kan er gemakkelijk toe komen, wanneer de tusschen-
liggende toon eerst wordt meegezongen en daarna wegge-