Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
/



li


Daarop maken de beoefening der tei^^ en de quint wel eene
uitzondering, doch het is van veel telang reeds vroeg met
deze hoofdtonen aan te vangen. -
Een aantal oefeningen, men kan ze beurtzangen noemen,
■die zeer in den smaak der leerlingen vallen en het toon-
treffen zeer bevordert, bestaan hierin, dat de ondervyjzer
■aanvangt met den eersten toon, terwijl de leerlingen terstond
hierop de vier volgende zingen; vervolgens v/orden er twee,
drie, vier en vijf door hem en drie, twee en één door de
leerlingen gezongen. Of wel, hij verdeelt het aantal leer-
lingen in twee groepen, en deze zingen op dezelfde wijs de
5 tonen; en eindelijk: een der leerlingen zingt den eersten
toon, een ander den tweeden en zoo vervolgens, tot alle
leerlingen een beurt hebben gehad.
-Men kan deze beurtzangen herhalen door de tonen van
boven naar beneden te nemen. Evenzoo met de drie hoofd-
tonen, op- en neergaand. Men vergete daarbij niet, dat
herhaling de moeder van het geleerde is, en men lette
tegelijk op zuiverheid, regelmatigheid en een goede mond-
opening. Voorzingen moet dan alleen geschieden, als na
herhaalde pogingen de tonen onzuiver blijven. Op den voor-
grond staat, dat de leerlingen moeten zingen en dat de
onderwijzer slechts de leidsman is.
De volgende zaak, die nu aan de beurt van behandeling
komt, is de maatslag. Daarbij moet opgemerkt worden, dat
de maat door den leerling moet geslagen worden en niet
door den onderwijzer alleen. Om tot die vaardigheid te
geraken, worde het onderwijs als volgt gegeven:
„Houdt allen uw hand een weinig in de hoogte, beweegt
„haar neer en op tot zij dezelfde hoogte heeft bereikt."
„Den tijd, aan deze beweging besteed, noemt men één tel
2