Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(14
Er komen onder de kinderen ook andere onliebbelijklieden
en bewegingen voor, die de aandacht storen, als: verwringen
van hals- en gelaatspieren, opzetten van aderen op voor-
hoofd of hals. Ze zijn eensdeels leelijke gewoonten of
komen voort uit afgematheid.
Wanneer en hoe dikwijls wordt gezongen? Voor de
aanvangsklassen luidt het antwoord: bij den aanvang van
den schooltijd een paar liedjes te zingen maakt een goed
begin. Evenzeer past een lied tot afwisseling tusschen de
leer-uren. Minder aanbevelenswaardig is het zingen bij het
einde van den schooltijd. De leerlingen zijn dan lang ge-
noeg ingespannen geweest, om opnieuw hunne aandacht
te bepalen. Op de speelplaats zij men karig met gezang.
Loopen, spelen en andere orde-oefeningen laten zich voor
een oogenblik wel met zingen vereenigen, doch tot schade
van het laatste. Die dubbele inspanning vordert te veel
van de longen en zal in het algemeen voor de zangstem
en de gezondheid nadeelig zijn.
Het zangonderwijs worde op de omschreven wijze ge-
geven tot het zevende of achtste jaar. Eerst dan kan men
met goed gevolg een aanvang maken met elementair zang-
onderwijs.
Inrichtingen voor dit onderwijs buiten de lagere school
zullen wel doen, hare eischen niet hooger te stellen dan
deze en liever driemaal per week gedurende een half uur,
dan tweemaal een uur lang zangonderwijs verschaffen.