Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(13
tegen de tafel drukt. De armen moeten benedenwaarts op
het bovenbeen rusten, de voeten zonder beweging zijn.
Het kruisen der armen over de borst is niet aan te
bevelen, doch zacht leunen met den rug, zonder druk-
ken, kan toegestaan worden. In het algemeen is eene
houding, waarbij geen der lichaamsdeelen eenige drukking
of ongemak ondervindt, de me^st gewenschte voor onver-
moeid en onbelemmerd zingen. Wanneer afgematheid zich
openhaalt, merkbaar aan valsch zingen, ruwheid der stem
en verandering van houding, dan moet eenige oogenblikken
verpoozing worden gehouden; en het „plaats rust" voor den
soldaat is voor den jeugdigen zanger mede eene ontspanning.
Aangaande de houding van den mond moet opgemerkt
worden, dat deze tamelijk, doch niet te wijd moet geopend
zijn, zoo, dat ten minste de kleine vinger tusschen de
rijen tanden kan gehouden worden.
Vele kinderen — en ook onder volwassenen komt
het voor — begrijpen dit verkeerd. Zij openen wel de lippen,
maar houden de tanden gesloten. Wanneer men hen slechts
opmerkzaam maakt, dat de rijen tanden niet vaneen kunnen
gaan, en er alzoo van den mond te openen niets komt,
tenzij men de onderkaak laat dalen, dan is terstond een
middel gevonden tot eene wezenlijk goede mondopening.
De mondhoeken moeten een weinig van elkaar, als een
ovaal van rechts naar links, worden gehouden. De onderlip
moet op gelijke hoogte met de ondertanden gehouden, en
de bovenlip zoover opgetrokken worden, dat de helft der
tanden zichtbaar is. Ook de ligging der tong moet niet uit
het oog verloren worden. Zij moet laag, vlak en rustig
worden gehouden en zacht de achterzijde der ondertanden
aanraken.