Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
Alvorens deze aanmerkingen Ie sluiten, wil ik
den lezer nog verwittigen , dat de Heer van Len-
nep alleen op mijn aanzoek de Zamenspraak heeft
opgesteld. Om het oogmerk mijner letterkundige
vrienden te Berlijn te bereiken, heb ik den be-
roemden schrijver de dubbele taak opgelegd, om
eene proeve van den plat-Amsterdamschen tongval
te leveren, en tevens door deze proeve, die in haar
ondervverp van zijne eigene vinding behoorde te
zijn, zoo veel mogelijk den Amsterdamschen ge-
sprekstoon uit te drukken. Niemand mijner aan-
zienlijke vrienden in de hoofdstad zal zich , hoop
ik, ergeren aan dat woord Amslerdmnsch. Bij
den navorscher van oude talen en gebruiken , [en
in dat karakter trad ik hier op] is het gemeen ei-
genlijk het volk , omdat het zingt gelijk het gebekt
is , en zich aan den voorgang van vreemden in het
minste niet gewoon is te storen. De taal ontspringt
hier aan de bron der ruwe nationaliteit zelve.
Het aanzienlijker deel der maatschappij daarentegen
volgt in dezen iets , waarover men in dezooge-
naamde hnnne Société is overeengekomen , eene
conventionele taal , die van alle belang voor de
iaalvorschers ontbloot is. Door Amsterdammers
kan ik hier dus geene, anderen verstaan dan bur-
gerluidjes, die den tongval der hoofdstad op
den oudsten en allerplatsten toon uitbrengen,
Wat mij betreft, ik ben van oordeel, dat de
Heer van Lennep zich door deze zamenspraak in
eene rei geplaatst heeft met twee der aanzienlijkste
staatsmannen en doorluchtigste geesten van het
oude Nederland : ik meen met den Bidder Hoofx ,
toen hij zijnen H^arenar, en met Constantijn
Huyghe:^s , toen hij de klucht Qan Tryntje Vor-
nells schreef. Mogten echter onze tijdgenooten , die
niet zeer gemakkelijk te voldoen zijn , deze gelijk-
heid berispelijk vinden, zoo neem ik alles, wat