Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
waterschutting door middel van deuren te zeggen;
woordehjk eene schutafsluiting. De Fries gebruikt
het Germaansche woord silc^ in de steden verlaat ^
beiden voor schutsluis.
Blz. 8. YALLE TAN DE PAOE , breken van het
tuig, dat hem op het hoofd dreigde te vallen.
li\ MIJN NEK KEEK, de zee stortte over de
achterplecht, dat is, in den nek van het schip.
MOEDERS BONT-BOESELAAR; in de boe-
zelaars of voorschoten der HoIIandsche vrouwen,
wanneer zij fijn uitgedoscht waren, was voortijds
eene uitgelezene pracht. De voorschoten waren
bont y dat is, geruit, vooral met roode kleuren van
verschillende diepte. De Oostindische bonten waren
te dien einde de gezochtste, en voor een lapje,
waaruit een smal voorschootje kon gemaakt worden,
betaalde men tot 60 guldens toe, wanneer het
staal keurig en zeldzaam tevens was. De Ilindelo-
pers, die midden in hunne steigerende welvaart
de Nederlandsche dragt nog aanhielden, waren bij
uitstek weelderig in deze bonte boezelaars , en schoon
mijne verzameling nog op verre na niet volledig zij,
bezit ik echter over de honderd bekende stalen,
elk met zijnen eigenen lïindeloper naam. Wan-
neer nu de moeder een schoon aanminnig kind had,
en met dat kind, netjes in de punten, op haren
zondagschen bont-boezelaar zat te prijken,' dan
voorspelde zij zich van den knaap eene toekomst
van goud en geluk; maar die volgens het volksge-
loof eene toekomst van tegenspoed enontijdigen dood
werd, wanneer alles zich zoo uitstekend fraai liet
aanzien. Dewijl men al te schoone kinderen voor
de voorwerpen der afgunst van tooverkollen hield,
waren de Friesche bakers voorheen gewoon, onx
zulk een lief voorwerp somtijds in het gezigt te
spuwen; dan immers had de nijd van kwade gees-
ten geenen vat op hen. Nu begrijpen mijne Ie-
J