Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Blz. 7. NOORDOOST, geheel verslagen, in on-
magt. Deze uitdrukking is plaatselijk. Hier te lande
van eenen boozen regenwind sprekende noemt men
bij uitnemendheid den zuidwesten wind; waarvan dc
stormhoed der zeelieden, die met breeden rand
achter over den nek hangt, nog den naam van
zuidwester voert. Wie nu door den Zuidwesten
wind op strand geworpen wordt, valt Noordoost.
Yan iemand die in zwijm ligt , zegt men op de-
zellde wijze, dat hij buiten westen is.
KLABAAISPRINGER , Klahaien, even als
klabaerden bij Kiz. is geraasmaken door een oi'
ander werktuig. De Chinezen dansen al sprin-
gende op de hurken, waardoor de schelletjes , die
zij op het hoofd dragen , bengelen.
STAANDE EN LOOPENüE WANT. Staande
want is het zware touwwerk, dat vast zit om
masten en stengen te bevestigen; loopende, wat
niet vast zit, en hetwelk dient om de bewegin-
gen der zeilen te rigten. Men zet het want
aan, men spant het, als men zeilen wil, dewijl
zonder dat dc masten overboord zouden gaan en
de zeilen geene rigting hebben. Toen de Chinees
weder maakte op de beenen te komen, nadat hij
door Sander op den grond getrapt was, en dus
weder begon te staan en te loopen, zette hij zijn
staande en loopende want weder aan. Door want
alleen verstaat men het vaste touwwerk.
TOANG BAGOES! Mooije heer! Een compli-
ment, een eerenaam, dien de Chinees aan den
Europeer geelt, wicn hij bedriegen wil.
ZWABBER-KAPPETIJN; van het oud Hoogd.
suebon, in de golven omgesold worden, is het
frequentativum suebaron, heen en weder dobbe-
beren; ons zwabberen, over land en zee her- en
derwaarts omgevoerd worden, zwalken. Een zwab-
ber y is ook een slier van kabelgarens om het dek