Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Biz. 5. IK HEEF, ik heb. Zij die niet ver-
der zien dan hun spelboek, trekken zeker van
dezen vorm den neus op als een grof misbruik in
den mond van het gemeen. Ondertusschen zou heef
even regelmatig zijn als heb. Ik heb conjugeert im-
mers den persoon nog hi) heeft^ van het oude
ik heef. Zoo ook het Ags. habbe ^ ik heb; ?icvf&t ^
gij hebt; hcvfth^ hij heeft. Doch het Scandina\-isch
heeft de / door de 3 personen en beide numeri
heen ; hefi, ik heb ; hefir, gij hebt, hij heeft;
hofuTUy wij hebben; hofith ^ gijl. hebt, hafa ^ zij
hebben. Landfr. ik haf ^ doii heste, hi het;
ivi , jimme , hja , hawcve , etc.
OPFRISSERTJE, als 't den hemel belieft! De
jenever strijkt 's morgens den dauw van de maag,
en doodt de pieren! De jenever beschermt den
mensch tegen de guurheden der buitenlucht! De
jenever is de maag wat de zweep voor een' ouden
knol is, en doet ons lekker eten! De jenever
bezorgt ons een lekker knippertje na den maaltijd!
De jenever is een hond, die ons bijt en geneest
tevens; hij doet ons delicieus en copieus theedrin-
ken , en zet de thee weder af! En onder alle die
zegenrijke werkingen voor onze gezondheid verschilt
hij nog hierin van de Apothekers dranken, dat hij
heerlijk smaakt, en wat veel, oneindig veel , zegt,
in de ellende en armoede den dofFen geest op-
frischt. Er is maar ee'ne ziekte en e'en geneesmid-
del , en dat is de jenever!
GUIVTER, ginder; t en d beiden goed. Gin-
der is uit het oud-Hd. gendra; maar het Goth.
heeft 2 vormen jaindré, en jainihro, die gewis
ook in het oud üVederlandsch gebloeid hebben. Uit
jainthro is gunter,
Blz. 6. KOÜDT , dood.
BAKBIEST, eigenlijk, een spekbeest, een zwaar
varken. Kil. back , poreus. Eng. bake , spek.