Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
voor de kracht des mans, tenvijl kuiteloos en ont-
zenuwd voor woorden derzelfde heteekenis golden.
Hja hlnne murg in huwten quyt, zij zijn merg en
kuiten kwijt, zegt Gijsbert Japix van de lichtmis-
sen in de steden. AVie zijne kuiten had verspeeld
kon als man niet meer optreden in de res ^^enerea.
Aan krul liaar verbond men niet zoo zeer het
denkbeeld van dadelijke kracht als wel van wulpsch-
heid, zoodat iemand met krul haar als bijzonder
proclivis in venerem geacht werd Yan daar ook
het spreekwoord, Krul haar , hruJ zin, Krul le-
iden zit er in. Doch niets bevestigt de waarheid
van dit verband meer, dan het relletje, dat de
Friezen den onbekende lieten uitspreken, om te
weten of hij Fries was: Der is nyn klirck sa hro!
as Aiyrkarnpsier krolheerede klirck; alter klyrt"
ken is hi to krol, Ibsinga , Staatsrecht. ].
251. Daar verder lust de dochter van kracht
is, had men de kuiten slechts braaf te voederen
om hel haar sprong en tier bij te zetten, Holl.
Krolsch, salax ; krolsche kater. Kil. krol, fastuosus.
Blz. 4. TOITERT, op de hooren blaast. Tui-
ten, canere cornu ; van waar het frequentativum
tuitercn, Amst. toitere. Dit woord is ten minste 1.^
eeuwen oud; reeds Ulfilas gebruikte het in zijne
hijbelvertaling op 1 Cor. XY. 52, en 1 Thess. lY.
16 voor cctXTciy^i , bazuine ; thuthaurn , zegt hij,
bij Kiliaak tuythoorn,
Blz. 5. METMIJN KRULLEN IN BEKRUL-
LE YAN; Krullen omdat eene vokaal volgt ; Krul-
le , omdat een consonant volgt. Zie de algemeene
aanmerkingen boven , p. 13.
SMEERDE MEN AL MAAR DEUR, dit me«,
mij , versterkt de uitdrukking; zoo ook jen als de
3<ie persoon optreedt. J)at gaf je daar een stank
om te bezwijken; dat zuipt je daar als tempe-
lieren.