Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
verbond aangaande de eene zijne regterband sloot in
die des anderen, waarna men vervolgens beide
duimen wel vast aan elkander bond. JVa dat op
deze wijze bet bloed in de toppen der duimen ge-
dreven was , opende men door eenen ligten slag eene
wonde, waaruit het vloeijende en zich mengende
bloed door beiden gelekt werd. Oorspronkelijk
was het dus een verbond door de plenging en
nuttiging van het wederzijdsche bloed bevestigd ,
hetwelk zich tot het opleggen van de toppen der dui-
men zonder wijders beperkte. Taciti Annales XII. 47.
Blz. 2. £EX TAAIE, een sterke kerel, die
het lang uithoudt, hier voor een glaasje sterken
dranks ol' jenever genomen.
GESKROKKEN, thans geschnkL Ik schrik,
prat. ik schrak, ik schrok. Dit is het ware prce-
teritum, door misbruik in de gelijkvloeijende over-
gegaan en als zoodanig in de boekentaal met dui-
zend andere dwaasheden opgenomen.
EUIWT-Jr/rtAe, voor uit. De u ontwikkelt
hier hare eigene consonantische lipblazing w. Ook
in het Friesch van Gijseert Japix , die steeds uwt
schrijft. Deze eigenschap klimt op tot in de
spraak van het hooge Noorden ; want de IJslander
spreekt iuts, ut, dükr uit als of er stond huos ,
uQt , dm^kr ^ hetwelk G. Japix spelt hu^s , huis,
«tv/, uit, doek, doek. Zie Anvisning tili Isländs-
kan — af E. C. Bask. p. 12.
WE PEIPE REIS AN, wij steken de pijp eens
aan , het Duitsclic anpfeifen,
KOETJES EN KALLEFIES, deze spreekwijze ,
in gebruik door geheel Nederland, is herkomstig
van die oude eenvoudige tijden, toen de bewoners
dezer landen zich met het melken van een paar
koeijen geneerden , en hun gewoon dagelïjksch ge-
sprek over hunne koetjes en kalfjes liep. Aoeties
kent de Amsterdammer niet.