Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
seuikers tegen een sleuis op zouwen getrok-
ken hebbe. Ik keek maar na 't valle van de
panne; maar toe de zee men in me nek keek,
toe dacht 'k, „ Genacht, Sandeu! Je bent ook
„ 'n lief kint op je moeders bont boeselaar
„ geweest;" En 'k wier dingsig onder men
baaitje. Kijk, maats! toe was 't, as of men
zo 'nEngel in me nek schopte, en zei, „ Bid,
beest!" Ik viel op mijn murgpijpen, en wier
met de pitjalling an wal gesmete op 'n onbe-
woont eiant. üaar zag 'k n gallig staan, en
daar honge vier keerels an te waaie. Den ee-
ne dat was en bakker, die vals gewicht
gebreuikt hat: de tweede was 'n knaappie,
die de ribbekast van zen maat voor de scheê
van zen mes had angezien; de derde dat
was 'n kouwelikke pottentaat, die van zen
buurmans heuis 'n Sint Maartens vuurtje ge-
stookt hat om zich te warmen.
„ En de vierde, vroeg Geis, toe Sander
ophiel met verteile.
„ De vierde, zei Sander teugens hem, dat
was jou vader, Gijsmaat."
„ Dat liegje, zei Geis; mein vaader is op
't Karthoiser kerkhof begrave."
Met klapte men allemaal in de hande, dat-
tet zoo daaverde, en gawen Sander de wed-
dinkschap gewönne. Geis lachte zelf mé, toen
ie hoorde, wat 't geval eigentlijk was, en we
hebben er wat 'n lolligen avond meê gehat,
Fiet ! Jaa, 't is een rare keerel die Sander.
M' J. van Lenkep.