Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
ren, en ik zeg u op dit oogenblik, dat ik van uwe schilde-
rijen van twee dagen niets weten wil, en dat ik dit schooltje
hier zal afmaken, zoo als ik het vroeger plag te doen!"
In 't eerst was meester Daniël een weinig uit het veld
geslagen door den ernstigen, bijna gemoedelijken toon, waarop
de schilder had gesproken. Maar spoedig herstelde hij zich
en hernam zoetsappig:
»IIo, ho, meester Steen, ge neemt vandaag alles zoo hoog
op. 'tWas maar een denkbeeld, dat mij zoo inviel. En dan,
zooveel kwaad zou er niet van komen, al deedt gij nu eens
mijnen zin. Het zou mij toch drommels spijten, als ge zondag
niet meegingt. Weet ge wat? als ge mijnen raad volgt en
van de week nog een klein stukje schildert, zal ik u in staat
stellen om dan dadelijk, en zoolang als ge wilt, aan uwe
school te blijven voortschilderen. Ik koop die schilderij van
u, en, als ge in dien tijd geldgebrek mocht hebben, wil ik
u wel eene kleine som op den koopprijs voorschieten."
De schilder zag zijnen bezoeker ietwat verrast, maar tevens
niet zonder argwaan aan. Deze stond echter den blik moedig
door. Hij wist bij ondervinding maar al te goed, welke voor-
deelen met de schilderijen van Jan Steen te behalen waren,
en de kans stond te goed, om dezen in de val te doen loo-
pen, dan dat hij haar wilde laten verloren gaan.
»Meester Daniël, daar steekt wat achter. Het is nog zoo
ver niet gekomen, dat de kunstminnaars geen uitvoerig af-
gewerkt stukje van Jan Steen zeiven zouden willen koopen."
»0 zeker zouden ze! En u er goed geld voor betalen ook!
Maar het zou soms wat lang kunnen duren. Heugt u nog
wel van verleden jaar, — die Grieksche prinses, hoe heette
ze nu ook weer? ...."
»De schoone Iphigenia, waar zij door haren vader zal wor-
den geofferd," viel de schilder met geestdrift in, »een goed
stuk, dat durf ik zeggen!" En toen plotseling terugvallende
in die diepe mismoedigheid, welke zijn licht beweeglijk ka-
rakter op dagen als deze eigen was, vervolgde hij:
))'t Is waar, die schilderij vond noode eenen kooper. Zou het
h. LEOPOLD, Leesboekf VIII, 5e druk. 7