Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
-vuurstroom waait links af in eenen grootschen boog van
vonken en druppelt neder in zee.
»Beproef het nog eens!" roept de luitenant, die nu drif-
tig is geworden. »Wij zullen zien, wie het langste volhoudt,
wind of kruit!"
Een tweede vuurpijl wordt gereed gemaakt; maar de zwarte
omtrek is niet meer zichtbaar, en hij moet nog wachten.
»Daar is het weder! Vlieg snel en veilig, gij vurige engel
der liefde met de reddende lijn!" roept Elsley.
»Het is wellicht nog niet te laat."
Recht over het schip heen vloog de pijl, en »Driemaal
hoezee voor den luitenant!" weerklonk het luider dan de
stem van den storm.
»Stilte, jongens! Maar het was toch niet slecht gemikt,"
zegt hij, zich de natte handen wrijvende. »Houd de lijn
maar vast, Jones, en let op, of ze er aan bijten!"
Vijf minuten gaan vooibij. Jones houdt de lijn in de
hand, wachtende op eenen ruk van iemand aan boord, tot
teeken, dat men ze gevat heeft; maar de lijn drijft los op
de schuimende baren.
Tien minuten. De luitenant steekt weer eene sigaar op
en wandelt sterk rookende heen en weer.
Een kwartier vergaat, en nog geen antwoord. Nu schijnt
de maan helder. Zij kunnen de luiken van het schip zien,
de stompen der masten, verwarde massa's van het tuig,
slingerende en zwaaiende over het dek; maar de fijne,
scherpe, geronde omtrek wordt na eiken golfslag oneffener
en meer gebroken, en de vloed komt snel op.
»Daar trekt men aan de lijn!" roept Jones----»Neen,
toch niet!"____ »God in den hemel, mijnheer! Het schip
is verbrijzeld!"
»De zwarte omtrek bruist op, alsof eene mijn aan boord
gesprongen ware; gewelven, scherpe punten, zwarte balken
over elkaar en door elkaar worden zichtbaar; daarop smelt
alles weg in de wit ziedende woestijn, terwijl de losse lijn
hulpeloos en als te leur gesteld weder aan wal drijft en de